Tijdens deze periode (periode C) werken de leerlingen aan hun Praktische Opdracht en iedere week is een oefening van de toetsstof. Iedere week krijgt ongeveer dezelfde invulling. 

  1. De beoordelings rubric wordt besproken.
  2. Er wordt een nieuw thema of nieuwe techniek geïntroduceerd - de docent legt uit.
  3. Er komen een slideshow, een video uitleg en materiaal (software en bronnen) beschikbaar.
  4. Er wordt een quiz gepubliceerd (voor de ranking).
  5. De leerlingen implementeren de theorie binnen hun project.
 De opbouw van deze cursus is dan ook in een week format en is niet georganiseerd op onderwerp zoals in periode B. De theorie uit periode B geldt als naslagwerk. 

Inleiding programmeren waarbij je leert te werken met de programmeertaal Python.